Mercedes‑Benz FIN en VIN
Bij Mercedes‑Benz zijn het FIN en de bijbehorende optiecodes leidend voor de certificering van alarmsystemen. Deze gegevens bepalen of een voertuig op de juiste manier wordt beoordeeld en geregistreerd,
De juiste optiecodes zijn al jaren beschikbaar via het dealernetwerk van Mercedes‑Benz. Ook worden deze optiecodes weergegeven tijdens het aanmeldproces.
Voertuiggegevens via Vedoc
De voertuiggegevens van Mercedes‑Benz, zoals het FIN en de optiecodes, zijn vastgelegd in het systeem Vedoc. Dit systeem is beschikbaar voor alle Mercedes‑Benz dealers.
Via Vedoc kunnen de juiste voertuiggegevens worden opgezocht en gecontroleerd. Deze gegevens vormen de basis voor de verdere beoordeling en certificering.
VIN en FIN: wat is het verschil
Bij Mercedes‑Benz wordt onderscheid gemaakt tussen VIN en FIN.
Het VIN (Vehicle Identification Number) is het ingeslagen chassisnummer op het voertuig.
Het FIN (Fahrzeug Ident. Nummer) is het nummer zoals dit binnen het systeem van Mercedes‑Benz wordt gebruikt. Dit nummer kan worden gecontroleerd door het chassisnummer bij een dealer aan te leveren. De dealer kan dit vervolgens in Vedoc verifiëren.
Mercedes‑Benz gebruikt sinds enkele jaren andere chassisnummerreeksen. Hierdoor verloopt de modelherkenning bij nieuwere voertuigen anders dan voorheen. Het model kan daarom het best worden vastgesteld op basis van het FIN.
Voorbeeld: Mercedes‑Benz C‑klasse W206
Bij een Mercedes‑Benz C‑klasse W206 Limousine gelden specifieke identificatiekenmerken.
Het voertuig is te herkennen doordat op positie 4 tot en met 7 van het FIN de code 2060 staat.
Daarnaast moeten de volgende optiecodes aanwezig zijn:
- 882
- 551
- 553L
Deze gegevens zijn bepalend voor de verdere beoordeling van het voertuig.
Werkwijze bij certificering
Bij de certificering van een alarmsysteem worden de volgende stappen gevolgd.
Stap 1: Identificatie
Het voertuig wordt geïdentificeerd op basis van het FIN.
Daarbij wordt gecontroleerd of de juiste code (in dit voorbeeld 2060) op positie 4 tot en met 7 staat.
Vervolgens worden de bijbehorende optiecodes gecontroleerd.
De vereiste codes moeten aanwezig zijn.
Stap 2: Controle van de werking
Het alarmsysteem wordt gecontroleerd volgens de inbouwinstructies van het keurmerk CCV Voertuigbeveiliging.
Hierbij wordt vastgesteld of het systeem correct functioneert.
Wanneer alles voldoet, wordt de keurmerksticker aangebracht.
Stap 3: Registratie en uitgifte
Na controle wordt het certificaat geregistreerd in het portaal.
Na registratie is het certificaat direct beschikbaar als PDF.